In het begin van januari was het hier twee weken lang prachtig wit.
Op een ochtend, toen ik wakker werd, hoorde ik het al.
Het was stiller buiten, alsof het geluid zachter was gezet.
Ik hoorde geen auto’s.
We wonen niet midden in het bos, maar tussen bos en dorp in.
En ook al is het hier veel stiller dan in Nederland, echt stil is het hier meestal niet.
Totdat er sneeuw valt.
Dan valt er een stille deken over alles heen.
Twee weken lang sneeuw en kou.
Nachten tot min vijftien.
En toen kwam de dooi.
En gebeurde er iets interessants.
Door de diepe vorst was de bodem hard bevroren.
Maar na een paar dagen, toen de sneeuw was weg gesmolten, leek de bovenste laag te ontwaken.
Toch niet helemaal.
De grond voelde vreemd.
Als een soort moeras.
Of drijfzand.
Niet stevig, maar ook niet echt los.
Het was alsof de bodem onder je meebewoog, zonder te bewegen.
Onder je voeten leek de grond alle kanten op te gaan.
En heel even was daar dat gevoel:
oeh, misschien kan ik alweer iets doen.
Misschien kan ik bijna weer planten.
Het verlangen naar de lente.
De wens dat er weer kleur komt.
Dat maakt dat dat ongeduld even de kop bij me opstak.
Maar ik voelde aan de grond dat het niet klopte.
Dat ik nog even moest wachten.
Net als de nieuwe voedselbosbewoners in de kas die nog niet naar hun plek kunnen.
Want het smeltwater liet iets anders zien.
De bovenste laag was dan wel ontdooid,
maar daaronder zat nog een dikke, bevroren laag.
Een gesloten ijsplaat.
Het water had nog geen weg naar beneden.
Er was ruimte nodig om echt weg te zakken.
En die ruimte was er nog niet.
Dit zijn van die momenten die logisch lijken,
maar die we vaak niet opmerken.
Omdat we haast hebben.
Omdat we te veel willen.
Of omdat we denken dat het moet.
En dan nemen we beslissingen zonder echt te kijken.
Zonder te luisteren naar het land.
Ik betrap mezelf daar ook op.
Zeker als die onrust zich laat voelen.
Nu zijn we weer in een koude periode beland.
Het vriest opnieuw, al ruim een week.
Op de rivier ligt weer een laag ijs.
En de bovenste tien centimeter bodem is opnieuw hard geworden.
En dan ben je ineens heel blij
dat je niet hebt geluisterd naar dat ongeduldige stemmetje
dat fluisterde: zou ik al gaan planten?
De bodem had het al verteld.
Dit soort observaties vormen de basis van hoe ik werk met tuinen en voedselbossen.
Niet volgens schema’s, maar afgestemd op plek, bodem en seizoen.
Als je wilt leren hoe je jouw tuin beter kunt lezen, maar weet je niet goed waar te beginnen?
Dan kan ik een keer met je meekijken. Je kunt me hier een bericht sturen.

HOI,
Ik ben Serai. Tuinierster, groente liefhebber, moestuin gelukkig, meerjarige groente fantast en bezielster van Food, Trees & me
Van jongs af aan geïnspireerd door mijn grootvader. Vanuit zijn zaadjes, heb ik mijn eigen stijl ontdekt. Van een klein balkonnetje in Nederland tot steeds grotere tuinperikelen met steeds grotere dromen. Mijn uiteindelijke droom? Een eigen permacultuurtuin, volledig in lijn met de seizoenen en het land.
Nu woon ik in het zuiden van Zweden en ben ik druk bezig met mijn grootste tuin ooit, aan de rand van een bos. Deze tuin ontwikkel ik tot mijn mooiste permacultuurproject, en systeem in mijn achtertuin.
Wat ik de afgelopen 20 jaar heb geleerd in mijn achtertuinen, vol met eetbare lekkernijen, wil ik graag met jou delen.
Het is zo vervullend om te zien hoe dingen groeien, en het is tegelijkertijd zo belangrijk om ons voedsel weer in eigen hand te nemen. Net zoals onze voorouders dat deden. Of je nu een groot stuk land hebt, of je balkon transformeert tot een mini-oase: ik gun het je om deze ervaring ook te hebben.
Dus neem die eerste stap naar eten uit eigen TUIN samen met DE NATUUR waar je van droomt.


ABONNEER JE OP MIJN E-MAILIJST
Aangemaakt met © systeme.io